Aalt Toersen over zijn 50 cc-race in 1970: “Het was mijn mooiste Overwinning”
Aalt Toersen was een typische 50 cc-coureur.
Toersen was klein, tenger en beschikte over een uitstekend ontwikkeld technisch gevoel. “Een 500 was te zwaar voor mij, daar moest je mee duwen en trekken”, zegt hij. “Een 50 cc-tje, daar moest je de gang in houden. Het was een redelijk goedkope klasse en je moest vindingrijk zijn.” En om te winnen moest je hard kunnen sturen. Dat deed hij precies veertig jaar geleden in Francorchamps toen hij een verblufte Angel Nieto versloeg.
In dienst van de Nederlandse Kreidler-importeur Henk van Veen won Aalt Toersen in 1969 de eerste drie 50 cc-GP's op rij. Daarnaast werd hij nog eens vier keer derde, en toch kwam Toersen twee punten te kort om de eerste Nederlandse wegracewereldkampioen te worden. “Dat jaar had ik de titel moeten pakken”, vindt Toersen nog. “Dat was mijn beste seizoen.”
Een jaar na zijn tweede plaats in het WK zat de Nederlander in het krappe zadeltje van een Jamathi, de razendsnelle creatie van Jan Thiel en Martin Mijwaart. “Jan en Martin hadden twee machines en ik was op dat moment de snelste Nederlandse coureur. Maar ik zat zonder werk. Zo kwam ik op de Jamathi. Ik had zelf niet de tijd om te sleutelen, maar ik kon wel vertellen hoe ik me voelde op een motor. Jan was een hele goede tuner en Martin gewoon een echt goede sleutelaar.”
De nieuwe combinatie was snel, maar moest tot de vijfde Grand Prix wachten op het ultieme succes. “Eigenlijk had ik al in Assen moeten winnen”, zegt Toersen. “Daar startte ik vanaf pole. Maar ergens lag grind op de baan en ik vloog eraf.” Een week na de Nederlandse race stond Toersen in Francorchamps getergd aan de start. Een jaar eerder was hij er met de Kreidler naar een nette derde plaats gereden, nu was het de hoogste tijd voor meer, vond ook Toersen. Het werd een gedenkwaardige wedstrijd.
“Die wedstrijd van 1970 staat nog op mijn netvlies! We waren zuinig geweest in de training, ook omdat het erg nat was”, herinnert Toersen zich. “Ook op de wedstrijddag was het bar en boos. Mijn start mislukte volkomen, omdat de carburateur eigenlijk alleen goed werkte met vol gas. Ik kwam pas op gang toen de hele meute al weg was. Als allerlaatste ging ik door Eau Rouge met een nog steeds slippende koppeling. Ik dacht alleen maar 'als die koppeling hier bergopwaarts maar heel blijft, dan maakt de rest niet meer uit'. Toen ik eenmaal op snelheid was, liep het super. Ik was vroeger grasbaancoureur geweest en door die ervaring voelde ik me op de gladde baan als een vis in het water. De eerste ronde lag ik al derde, de volgende ronde was ik al tweede achter Nieto. In de derde ronde nam ik de leiding over en aan de finish had ik dertien seconden voorsprong op Nieto. Francorchamps was toen nog zo lang. Je verveelde je gewoon, want je ging drie, vier kilometer rechtuit. Maar het was zonder meer de mooiste overwinning in mijn carrière, vooral ook omdat niemand na die start nog verwachtte dat ik zou winnen. Op het podium kreeg ik wel een handje van Nieto, maar die moest het toch ook even verwerken. Hij had gedacht dat het zijn race was.”
Hoewel hij ook de twee GP's na de race in Francorchamps won, slaagde Toersen er ook in 1970 niet in om Nieto te onttronen als wereldkampioen. Zijn Kreidler uit 1969 is nog in zijn bezit, net als een replica van zijn 1970-Jamathi. “De echte is zó gevoelig”, weet Toersen. Zowel de Kreidler als zijn Jamathi neemt hij dit jaar mee naar de Bikers' Classics in Francorchamps. “Ik prepareer ze zelf en ik zal ze ook allebei rijden. Ze willen ook allebei. Dus ik moet niet gaan kiezen, anders krijg ik ruzie!”














