›› Bikers' Classics ›› Nieuws ›› Rod Gould over zijn 250 cc-overwinning van 1970: “Het was erg nat. Niet echt verrassend!”

Rod Gould over zijn 250 cc-overwinning van 1970: “Het was erg nat. Niet echt verrassend!”

Hij is 45, maar “gaat richting de 67”, lacht Rod Gould.

Als een van de rijders van het Yamaha Classic Racing Team is Gould aanwezig op de Bikers' Classics in Francorchamps. Precies veertig jaar geleden won hij de Belgische GP in de 250 cc-klasse, in het jaar waarin hij ook de wereldtitel veroverde. Gould werd beschouwd als een van de denkers in de sport. Daar kan hij zelf wel om lachen. “Misschien is dat een beleefde manier om te zeggen dat ik een beetje saai was?

Het was extreem nat, die vijfde juli van 1970, weet Rod Gould nog. “Niet echt verrassend, nee”, grinnikt hij. Hoewel Yamaha dat jaar geen fabrieksteam inzette, werden Gould en zijn Zweedse teamgenoot Kent Andersson wel gesteund door de fabriek. “Wij reden met pre productiemotoren voor 1971”, legt Gould uit. “Onze machines hadden elektronische ontsteking en een zesbak. Niets bijzonders, gewoon goed materiaal. Er waren geen teamorders tussen Kent en mij, het was allemaal redelijk ongedwongen.

De kwartliterklasse was beslist het domein van de Yamaha-coureurs, waarbij voormalige wereldkampioenen als Kel Carruthers en Phil Read op Yamaha-productiemachines reden. De Australiër Carruthers ontpopte zich dat jaar als Goulds grootste tegenstander, ook tijdens de race in Francorchamps. “Kel en ik zaten de hele wedstrijd dicht bij elkaar en we waren er allebei van overtuigd dat we konden winnen. Maar tijdens de laatste ronde viel hij plotseling ver terug en zo werd het toch nog een makkelijke overwinning voor mij. Waarschijnlijk had de motor van Kel te veel water gehapt. Francorchamps vond ik altijd een prachtig circuit. In een tweede versnellingsbocht kun je geen tijd goed maken, in een vijfde versnellingsbocht wel. En die waren er genoeg op Francorchamps. Ze waren ook gevaarlijk, want je kon geen kant op als het fout ging.

Zijn overwinning in België was Goulds derde zege van het jaar en vanaf dat moment leidde de Brit ook de titelstrijd. Tijdens de voorlaatste race in Monza zou de beslissing kunnen vallen in het voordeel van Gould. “Ik moest winnen. En dat lukte, want ik bleef Kel een half wiel voor. Ondanks hardnekkig afstopwerk van Read. Die wilde duidelijk niet dat ik zou winnen. Als ik dat toen had gezegd, zou men mij waarschijnlijk voor gek hebben verklaard, maar aan het begin van dat seizoen geloofde ik ook echt heilig in de titel. Ondanks de pittige tegenstand. Met Kel kon ik het goed vinden. We reisden ook vaak samen door Europa naar de races. Phil was anders. Het was niet eenvoudig om wat dichterbij hem te komen. Toen ik in Monza won, was het moeilijk om echt te begrijpen dat ik had bereikt waarover ik vroeger op school al had gedroomd. Het deed me erg goed om de beste van de wereld te zijn. Maar de ochtend na de race werd ik wakker in een verlaten paddock en ik vroeg me af 'is dit het nou?' Er was niemand meer om nog wat te vieren!

Hoewel hij het jaar daarna nog twee GP's won en meerdere malen op het podium stond, raakte Gould zijn titel kwijt aan Read. “De teleurstelling daarover was groter dan de vreugde over het winnen van de titel”, vindt Gould ook nu nog. In 1972 sloot Gould zijn laatste jaar als coureur af met een derde plaats in het WK. “In april van dat jaar had ik op het Yamaha-hoofdkantoor een aanbod gekregen om teammanager te worden in 1973. Die aanbieding nam ik aan, want afgezien van Agostini en Nieto kenden in die tijd maar weinig rijders de luxe om niet meer te hoeven werken na hun carrière. Het betekende ook dat ik bij de sport betrokken kon blijven, maar dan aan de andere kant van de pitmuur. Ik wilde graag afscheid nemen als wereldkampioen, maar door pech en DNF's lukte dat jammer genoeg niet. Mijn nieuwe job als teammanager beviel me daarna erg goed.

Tienvoudig GP-winnaar Gould werkte al sinds 1968 samen met Yamaha, een jaar nadat hij naar Amerika was verhuisd. In 2007 trad hij toe tot het Yamaha Classic Racing Team. Hij debuteerde met het team op het intimiderende eiland Man. “Ik was blij dat het er op zat”, lacht Gould. “Maar na een stuk of vijf evenementen voelde ik me op mijn gemak. Ik denk dat je nooit het gevoel voor de motor verliest. Of je lichaam het nog aan kan, dat is een ander verhaal. Wij rijden demo's, we racen niet. Maar het is een groot voorrecht om je opnieuw jong te kunnen voelen en de adrenaline giert dan weer door mijn lijf als ik op de banen van toen rijd, met de mannen en de machines van toen. Zo lang je je maar realiseert dat je geen 20 meer bent, kun je nog een boel hebben.

Recent nieuws