›› Bikers' Classics ›› Nieuws ›› Tweevoudig Francorchamps-winnaar Jan de Vries: 204 km/u uit 50 cc

Tweevoudig Francorchamps-winnaar Jan de Vries: 204 km/u uit 50 cc

Met zijn twee 50 cc-wereldtitels en zijn veertien GP-overwinningen is Jan de Vries een van de meest succesvolle Nederlandse wegracecoureurs ooit.

Zijn thuisrace in Assen won De Vries nooit, maar op het Belgische Francorchamps stuurde hij zijn Van Veen/Kreidler twee maal naar de winst.

“Het lange Francorchamps was zeker niet mijn favoriete circuit”, zegt Jan de Vries, 50 cc-winnaar in 1971 en 1973. “Ik had liever korte baantjes, want daar had je nog wat te doen. In Francorchamps ging het zó hard. Je lag maar met je kin op de tank op die lange rechte stukken. Je dacht steeds 'het kan niet goed gaan met zo'n motortje op 16.000 toeren'. Ik weet nog dat in 1971 in de training bij mij en mijn Van Veen-teamgenoot Jos Schurgers echt alles stuk ging. Mensen van het team zijn toen teruggereden naar Amsterdam voor onderdelen en hebben daar nog een fietsje opgebouwd. Mijn eigen fiets hebben we in het rennerskwartier in elkaar gezet.”

Die race in 1971 verliep echter boven verwachting voor zowel De Vries als Schurgers. “Jos vertrok op kop en kreeg Angel Nieto achter zich aan. Ik was niet zo goed weg, maar ik kon ze toch bijhalen. Toen ik er achter zat, ging ik op zo'n recht stuk helemaal aan de linker kant van de baan aan ze voorbij. Ik zag Nieto twijfelen, want hij wist niet wat ie moest doen: uit Jos z'n slipstream en achter mij aan of gokken op Jos. Ik merkte wel dat mijn motor echt wel ietsje sneller was en het werd toch nog een verrassende overwinning. Ook nog een 1-2, want Jos werd tweede voor Nieto. Da's het mooie van racen, hè. In de training gaat alles stuk en in de race komt het toch nog goed. Ik reed zo langzaam mogelijk, maar wel hard genoeg om te winnen.”
Nieto's Derbi-team tekende protest aan na de race, weet De Vries nog. “Zij hadden natuurlijk na onze slechte trainingen goede hoop voor de race. Voor de start hadden wij nog de tank bijgevuld en zij dachten natuurlijk dat er een of ander wondermiddel in die tank was gegooid!”

Het protest leverde niets op en De Vries won zijn derde race van het jaar, op weg naar zijn eerste wereldtitel.

Twee jaar later zette de Nederlander in zijn laatste seizoen als coureur een opmerkelijk record in de trainingen toen hij uit de 19 pk-sterke 50 cc-Kreidler een topsnelheid van 204 kilometer per uur perste. “Dat fietsje liep toen echt hard en we monteerden achter steeds kleinere tandwielen. Ik weet nog dat ik als een jockey op de voetsteunen ging staan en dat ik de luchtstroom over mijn rug voelde gaan. Toen kwam het motortje wel aan 16.000 toeren, terwijl hij eerst niet verder wilde komen dan 15.000. In de training was ik zeventien seconden sneller dan de tweede man, geloof ik. Tja, het circuit was natuurlijk ook veertien kilometer lang en een beetje meer topsnelheid maakt dan al gauw grote verschillen.” In de race hield De Vries de Zwitser Bruno Kneubühler makkelijk achter zich. “Bruno startte ook nog eens slecht en na één ronde had hij al twintig seconden achterstand. Ik heb me toen vooral bezig gehouden met het heel houden van de motor. Dat had je anders nooit, maar op die lange stukken hoorde je het motortje echt fluiten.”

Aan het eind van 1973 zette De Vries als tweevoudig wereldkampioen een punt achter zijn fraaie loopbaan. Het jaar daarna had hij als monteur een belangrijk aandeel in de 50 cc-wereldtitel van zijn landgenoot Henk van Kessel. Jaren later bouwde De Vries op verzoek twee Van Veen-Kreidlers op uit overgebleven onderdelen. Daarbij stuitte hij op onderdelen van zijn kampioensfiets uit 1973. “Die heb ik toen weer helemaal opgebouwd zoals hij was bij de laatste race in Madrid en daar rijd ik nu mee in Francorchamps. Het circuit zoals het nu is, vind ik fantastisch. Ik heb wat meer moeite om me op te vouwen, maar het past allemaal nog wel. En het motortje maakt nu 1.000 toeren minder maar hij heeft meer pk's dan toen!”

In Francorchamps treft De Vries ook weer zijn oude collega Cees van Dongen. De twee beleefden ooit tijdens de Belgische GP een bizar avontuur. “Het zal in 1968 of 1969 geweest zijn”, zegt De Vries. “In de eerste ronde van de training liep mijn fiets vast met dik 140 per uur en ik viel hard. Cees stopte meteen om te kijken hoe het met me was. Maar ik had nog geen ronde gereden en we besloten om de nummers van mijn motor op die van hem te plakken. Ik stapte op zijn motor, maar ik kwam er achter dat mijn handschoen vol bloed zat en ik stopte niet lang daarna. Maar Cees kwam met mijn zwaar beschadigde motor terug in het rennerskwartier. Hij werd meteen aangehouden en ze wilden hem mee nemen naar de Rode Kruis-post. En hij maar roepen dat er niets aan de hand was! Die mensen dachten dat het goed fout zat als die coureur met zo'n gehavende machine al niet eens meer wist dat hij gevallen was!”